De expositie stelt de realiteit en de intensiteit van de seksuele revolutie in vraag die zich in de jaren zestig zogenaamd heeft voorgedaan. Specialisten van de seksuele geschiedenis wijzen steeds vaker op de dringende noodzaak om de samenhang te onderzoeken tussen genre, ras en sociale klasse. De tentoonstelling wil ook daarom de zeer diverse belangen van de seksuele regulering aan het licht brengen. Gangbare overtuigingen zullen in vraag worden gesteld en tendensen waargenomen op basis van het werk van historici, antropologen, sociologen, politicologen, economen, juristen en criminologen. De expositie zal de impact en de gevolgen bepalen van de bewegingen die vaak met de seksuele bevrijding in één adem worden genoemd, zoals het feminisme en de strijd voor geboortebeperking of de holebi-bewegingen.
De seksualiteit wordt gewoonlijk met intimiteit geassocieerd, maar zij is ook het onderwerp van het overheidsbeleid. Al is de seksualiteit in eerste instantie de privé-zaak van twee individuen, zij wordt ook, al dan niet terecht, gekoppeld aan bij uitstek sociale vraagstukken: identiteit, voortplanting, gezondheid, normen en waarden, dood... Er zijn veel reguleringsinstanties en die betreden allemaal complexe interacties. We hoeven maar te denken aan de rol van de kerk, de school of het leger, aan de tussenkomst van de geneeskunde of van het recht, aan de bijdrage van de psychologie of van de psychiatrie, of nog aan de berichten die in de media worden verspreid.
Er kan eveneens worden gewezen op de diversiteit van partijen en beroepen die zich op het veld van de seksualiteit begeeft: artsen, huwelijkstherapeuten, vroedvrouwen, seksuologen, biechtvaders, leerkrachten, sociale werkers, magistraten en prostituees.
Zij interesseren zich allemaal op hun eigen manier, in de publieke dan wel privé-sfeer, voor de seksuele daad, en ze dragen op deze manier allemaal bij tot de definiëring van de seksuele identiteit. Wat verstaat men echter onder 'een seksuele daad' of 'de seksuele identiteit'? De moeilijkheid om op deze vragen een eenvoudig antwoord te vinden, rechtvaardigt de keuze om op deze tentoonstelling de seksualiteit in een historisch perspectief te plaatsen.
Over seksualiteit wordt er tegelijk ongebreideld gediscussieerd en hardnekkig gezwegen. De representaties die daarvan ontstaan, oefenen een grote invloed op de praktijken uit, en wel in een mate die bij gebrek aan bronnen vaak moeilijk in te schatten is. Dit is een van de meest complexe uitdagingen waarmee historici worden geconfronteerd aangezien zij de theorieën meestal moeten bestuderen zonder ooit de praktijken te kunnen bereiken. Dit is niet de enige uitdaging die de tentoonstelling zal moeten aangaan: aangezien de theorieën zich meestal op extreme of marginale situaties hebben gericht en voornamelijk "normafwijkende" praktijken hebben behandeld, is de "norm" nu juist bijzonder onbekend gebleven. Zo is de heteroseksualiteit - d.i. de gewillige seksuele omgang tussen twee volwassen mensen van verschillende sekse die in de echt gebonden zijn - zo lang als vanzelfsprekend beschouwd dat we bijna niets weten van haar alledaagse werkelijkheid.
De bedoeling van de tentoonstelling is om meer te weten te komen over de heteroseksualiteit dankzij de aandacht voor de verschillende seksualiteitsvormen. De expositie wil laten zien wat er veranderd is en waarom; welke waarden met de seksualiteit verbonden zijn en welke veranderingen die hebben ondergaan; hoe, waar en met wie men over seksualiteit praat, welke ruimtes met de seksualiteit worden geassocieerd en hoe die zich tot elkaar verhouden.
Al die vraagstukken worden vanuit een duidelijk genderperspectief bekeken. Over de seksualiteit van mannen zijn immers niet dezelfde theorieën en representaties ontstaan als over de seksualiteit van vrouwen. Die is voor een lange tijd aan andere leerprocessen en controles onderworpen, die heeft zich verder niet in dezelfde ruimtes afgespeeld en heeft evenmin dezelfde evolutieritme noch dezelfde "bevrijdingsmomenten" gekend. Tijdens de tentoonstelling zullen het belang en de modulaties van die verschillen geleidelijk aan worden onthuld.
Organisatie comité : Régine BEAUTHIER, Didier DEVRIESE, Vanessa D'HOOGHE, François FREDERIC, Valérie PIETTE en Gonzague PLUVINAGE.